Stomazorg

Wij leveren medische hulpmiddelen en ondersteuning voor stomazorg.
Onze verpleegkundigen bieden zorg aan huis door heel Nederland. Hulpmiddelen die je bij ons bestelt, bezorgen wij discreet bij jou thuis. Indien je dat wenst, de volgende werkdag.

WAT IS EEN STOMA?

Een stoma is een kunstmatige uitgang voor ontlasting en/of urine; een onnatuurlijke, chirurgisch aangelegde opening die een lichaamsholte verbindt met de buitenwereld. Een stoma wordt aangelegd als de ontlasting en/of urine het lichaam niet meer langs de natuurlijke weg kan verlaten.

WAAROM EEN STOMA?

Er zijn veel verschillende redenen waarom een stoma noodzakelijk is. Samengevat zijn de meest voorkomende redenen waarom een stoma wordt aangelegd

  • Oncologische aandoeningen (darmcarcinoom, blaascarcinoom),
  • Chronische ontstekingen (diverticulitis, ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa, interstitiële cystitis – ontsteking blaaswand),
  • Incontinentie
  • Neurologische aandoeningen (Multiple Sclerose, dwarslaesie)
  • Aangeboren afwijkingen (spina bifida, anorectale malformatie, ziekte van Hirschsprung)

SOORT STOMA

Er zijn verschillende soorten stoma’s;

  • Colostoma (dikke darmstoma)
  • Ileostoma (dunne darmstoma)
  • Malone stoma (toegang tot de dikke darm vanuit opening in de buikwand t.b.v. spoelen van de darm)
  • Urostoma
  • Incontinent urinestoma (Bricker)
  • Continent urinestoma (Indianapouch, Mitrofanoff)
  • Neoblaas

Colostoma

Een colostoma is een stoma op de dikke darm. Een ziek gedeelte van de dikke darm is weggenomen en een stuk van het gezonde deel wordt door de buikwand naar buiten gebracht. In de meeste gevallen is dat linksonder in de buik, net onder je navel. Soms aan de rechterkant, afhankelijk van het deel van de dikke darm waar je stoma wordt aangelegd. De ontlasting is brijig tot vast. Ook dat hangt af van het deel van de dikke darm waar het stoma is geplaatst. Hoe minder dikke darm er nog is, hoe dunner de ontlasting zal zijn.

Ileostoma

Een ileostoma is een stoma op de dunne darm. De dikke darm is (tijdelijk) buiten werking gesteld of weggenomen. Een ileostoma wordt ook aangelegd als het laatste deel van de dunne darm is verwijderd of om redenen ontzien moet worden. Een deel van de dunne darm wordt via de buikwand naar buiten gebracht. Meestal is dat aan de rechterkant van je buik. Dit stoma produceert continue en is 2 tot 4 cm boven huidniveau geplaatst. Het gaat hier om dunne ontlasting.

Enkelloops of dubbelloops stoma

Een colostoma of ileostoma kan enkelloops of dubbelloops zijn.

Enkelloops/eindstandig

Een enkelloops stoma (ook wel eindstandig stoma) heeft 1 opening. De opening is het uiteinde van de dunne of dikke darm. Via die opening komt de ontlasting naar buiten.

Dubbelloops

Een dubbelloops stoma heeft 2 openingen naast elkaar. Via de ene opening verlaat de ontlasting het lichaam. De andere opening is voor het afvoeren van slijm dat uit het slijmvlies van de darm komt. Een dubbelloops is meestal bedoeld om een deel van de darmen rust en tijd te gunnen om te genezen, bijvoorbeeld na een operatie of bij een ontsteking. Een dubbelloops stoma is daarom meestal ook tijdelijk (maar kan soms ook blijvend zijn).

Tijdelijkheid stoma

Een darmstoma kan tijdelijk of blijvend zijn; afhankelijk van de reden waarom een stoma wordt aangelegd.
Een tijdelijk stoma is er meestal om de dikke of dunne darm rust te geven, bijvoorbeeld bij een ontsteking of na een operatie. Zijn de darmen hersteld, dan kan het stoma in veel gevallen weer worden opgeheven. Geneest de darm niet goed, dan kan het stoma blijvend zijn. Evenals wanneer een ziekte of behandeling de darmfunctie belemmert, de kringspier niet meer werkt of verwijderd is of (een deel van) de darm is verwijderd.

Malone stoma (MACE)

Deze specifieke methode wordt toegepast bij kinderen en volwassenen die ernstige obstipatieklachten hebben als gevolg van een te traag werkende darm. Vanuit een opening in de buikwand wordt een toegang gemaakt naar de dikke darm. Meestal met behulp van de blindedarm. Is er geen blindedarm meer, dan wordt er van een stukje dunne of dikke darm een buisje gemaakt en geplaatst tussen het begin van de dikke darm en de buikwand. Via deze toegang kan een katheter in de dikke darm worden ingebracht om van bovenaf – als het ware met de stroom mee – de hele dikke darm te spoelen. De ontlasting en spoelvloeistof komt via de anus naar buiten. Dit stoma zit meestal rechts in de onderbuik.

Afkorting MACE:

Malone (naam van de arts die het bedacht heeft)
Antegrade (met de darmbeweging mee)
Colonic (van de dikke darm)
Enema (spoelen)

Je kunt je darmen op verschillende manieren spoelen: via een dikke darmstoma, Malone stoma of Chait.

Urostoma (urinestoma)

Is een kunstmatige uitgang voor de urine. Je krijgt dit stoma als urine je lichaam niet meer via de natuurlijk weg kan of mag verlaten. Er zijn twee typen urostoma’s: incontinent urinestoma en continent urinestoma. Het incontinent urostoma komt het meest voor.

Incontinent urinestoma (bijv Bricker)

Voor het aanleggen van een urinestoma wordt een stukje van de dunne darm (10 a 15 cm) gebruikt. Hierin worden de urinewegen, die vanaf de nieren komen, in gehecht. Het stukje dunne darm wordt via de buikwand naar buiten gebracht, omgestulpt en vastgehecht. Het urinestoma behoort, net als de ileostoma, 2 tot 3 cm boven de buikhuid uit te steken. Dit stoma dient alleen voor transport van urine naar buiten en niet als reservoir zoals bij de blaas. Het stukje darm behoudt zijn samentrekkende bewegingen, waardoor de urine als het ware naar buiten geperst wordt. De urine loopt doorlopend rechtstreeks in het opvangzakje.

Neoblaas

De neoblaas is een nieuwe blaas gemaakt van een stukje dunne darm (kunstmatige blaas). Deze kunstmatige blaas dient, net als bij een echte blaas, als een soort reservoir waarin de urine wordt opgevangen. Deze blaas wordt aangesloten op de plasbuis zodat urine via de normale weg het lichaam verlaat. Dit kan bij mensen die een blaastumor hebben (gehad), bij ernstige incontinentie, interstitiële cystitis.
Voorwaarden bij de neoblaas zijn leeftijd, een goede conditie, motivatie en een normale darmfunctie. Het dragen van een opvangzakje is niet nodig.

Continent urinestoma (Indianapouch/Mitrofanoff)

Bij een continent urostoma zijn er twee mogelijkheden: de blaas wordt vervangen (Indianapouch) of de eigen blaas blijft bestaan (Mitrofanoff).
Bij een Indianapouch wordt de urine opgevangen in een nieuw reservoir in het lichaam. Dit reservoir is gemaakt van een stuk darm waarop de urineleiders worden aangesloten. Het uiteinde van dat stukje darm wordt via een opening naar buiten geleid en vastgehecht aan de buikwand (meestal in de navel of rechtsonder in de buik).

Een Mitrofanoff kan aangelegd worden als er problemen zijn met het katheteriseren via de plasbuis. Bijvoorbeeld als je in een rolstoel zit. Van een stukje darm wordt een buisje gemaakt dat geplaatst wordt tussen de eigen blaas en de buikwand. Ook hier zit de opening meestal in de navel of rechtsonder in de buik.

Bij zowel een Indianapouch als een Mitrofanoff draag je geen urineopvangzakje, maar leeg je de pouch of blaas een aantal keren per dag met een katheter. Via de opening in de buikwand breng je een katheter in waardoorheen de urine je lichaam verlaat. Vaak wordt tussen het katheteriseren door een (stoma)pleister gedragen vanwege eventuele lekkages.

FASES STOMAZORG

Stomazorg kent verschillende fases waarin onder meer het leren omgaan met je stoma centraal staat.

1. Diagnostiek, preoperatieve fase (voorafgaand aan operatie)

In deze fase vindt onder meer de plaatsbepaling van het stoma en – indien er geen sprake is van een spoedeisende ingreep – het preoperatieve gesprek plaats waarin de stomaverpleegkundige voorlichting geeft over de aanleg van je stoma, de keuze van stomahulpmiddelen en het oefenen daarmee, en de gevolgen voor het dagelijkse leven.
Op verzoek van de stomaverpleegkundige uit het ziekenhuis kunnen de stomaverpleegkundigen van Hoogland Medical ingeschakeld worden om het traject preoperatieve stomazorg bij jou thuis in te zetten. Je krijgt uitleg en oefent met de stomamaterialen in jouw vertrouwde thuisomgeving. Je bent zo beter voorbereid op wat je na de ingreep te wachten staat. Mantelzorgers kunnen hierin betrokken worden.

2. Klinisch postoperatieve fase (vanaf moment aanleg stoma tot ontslag uit ziekenhuis)

Je krijgt uitleg over hoe de operatie gegaan is, over je stoma en de stomahulpmiddelen. Je stoma wordt gecontroleerd en geobserveerd. Het persoonlijk normaalgebruik wordt vastgesteld passend bij jouw situatie (hoeveel stomamateriaal heb jij nodig) en je wordt begeleid in het verzorgen van je stoma. De stomaverpleegkundige in het ziekenhuis meldt jou bij Hoogland Medical aan voor de levering van jouw stomamateriaal.

3. Nazorgfase (vanaf ontslag ziekenhuis tot 1 jaar na aanleg stoma)

De stomahulpmiddelen die je nodig hebt worden door Hoogland Medical geleverd. De stomaverpleegkundigen van Hoogland Medical bieden thuisondersteuning voor extra uitleg en bij problemen (altijd onder regie van de stomaverpleegkundige uit het ziekenhuis). Daarnaast krijg je controleafspraken in het ziekenhuis. In deze fase wordt ook bekeken of het persoonlijk normaalgebruik adequaat is of aangepast moet worden.

4. Onderhoudsfase (vanaf 1 jaar na aanleg stoma)

De stomaverpleegkundigen van Hoogland Medical kunnen ondersteuning bieden bij vragen over het gebruik, problemen met de hulpmiddelen, het gebruik in relatie tot activiteiten als sport, werk en vakantie, en alternatieven. Overigens altijd onder regie van de stomaverpleegkundige in het ziekenhuis. Ook in deze fase vindt er controle op het persoonlijk normaalgebruik plaats.

COMPLICATIES

Stomaproblemen

  • Parastomale hernia (een defect in de abdominale fascie waardoor de darm kan uitstulpen naast het stoma)
  • Stomaprolaps (telescoopvormige uitstulping van de darm door het stoma)
  • Stomafistel (abnormale verbinding tussen het stoma en het omliggende weefsel)
  • Stomastenose (belemmering van uitvloed uit het stoma veroorzaakt door vernauwing of samentrekken van het stomalumen op huid of fascieniveau)
  • Stomanecrose (afsterven van het stomaweefsel door verminderde doorbloeding)
  • Stomaretractie (het verdwijnen van de normale stoma-uitstulping op of onder huidniveau)
  • Stomadehiscentie (het loslaten van het stoma van de omliggende huid)
  • Stoma trauma (beschadiging van het stomaslijmvlies, meestal door druk of fysieke krachten)
  • Oedeem (vochtophoping in het stoma waardoor stoma groter wordt)
Preventieve adviezen om parastomale hernia te voorkomen
Om complicaties te voorkomen zijn er preventieve maatregelen en adviezen met betrekking tot de verschillende fases van stomazorg (preoperatief, postoperatief, nazorg)
Preoperatief: overgewicht verliezen, stoppen met roken, zorgen voor een goede voedingsstatus en buikspieroefeningen
Postoperatief: de buikwand ondersteunen met de hand of een kussen bij hoesten of niezen. Daarnaast bij hoesten en niezen het bovenlichaam ten opzichte van de heupen van het stoma wegdraaien en het hoofd opzij draaien (hierdoor komt er minder druk op de rechte buikspieren en vangen de dwarse buikspieren meer druk op). De eerste drie maanden na de operatie niet zwaar tillen of intensieve buikspieroefeningen doen.
Nazorg: preventief gebruik van licht ondersteunend ondergoed zoals te koop in de winkel, afhankelijk van de risicofactoren gebruik van steunbandage bij zwaar tillen en zwaar werk. Voorkomen van sterkte gewichtstoename en zorgen voor goede voedingstoestand.

Huidaandoeningen bij stoma

  • Hypergranulatie (buitensporig weefsel voorkomend op de overgang van stoma naar huid op gebieden waar hechtingsmateriaal is achtergebleven of reactie op hechtingsmateriaal)
  • Contactdermatitis (beschadiging van de huid door blootstelling aan ontlasting urine of chemische preparaten)
  • Folliculitis (ontsteking van de haarfollikels in de peristomale huid, veroorzaakt door Staphylococcus Aureus)
  • Stomavarices (grote portosystemische veneuze collaterale bloedvaten die zichtbaar zijn naast het stoma)
  • Candidiasis (overgroei aan schimmels (Candida) zodanig dat infectie van de huid rondom het stoma wordt veroorzaakt)
  • Pseudoverrucose, ook wel hyperkeratose (wratachtige beschadigingen rondom het stoma veroorzaakt door chronische blootstelling aan vocht en irritatie)
  • Pyoderma gangrenosum (ulceratieve huidafwijking rondom het stoma door onbekende oorzaak)
  • Stripeffect (beschadiging epidermis (opperhuid) door te vaak of onzorgvuldig verwijderen van de huidplaat)
  • Mechanische dermatitis/decubitus (gelokaliseerde beschadiging van de huid en/of onderliggen weefsel, meestal ter hoogte van een botuitsteeksel, als gevolg van druk of druk in samenhang met schuifkracht)

Overige en ontlastingspatroon gerelateerde problemen bij een stoma

  • Lekkage: (er is ontlasting of urine tussen huidplaat en huid aanwezig, als gevolg van een complicatie of ander probleem) Lekkage is altijd het gevolg van iets, de oorzaak moet gevonden worden om het probleem van lekkage op de juiste manier aan te pakken en het juist niet groter te maken door toepassing van zgn. schijnoplossingen zoals het afplakken van de buitenrand van de huidplaat
  • Obstructie/stenose: (afsluiting van de stomadoorgang met als gevolg geen ontlasting en/of flatus of verminderde urineproductie)
  • Obstipatie: (ophoping van ontlasting in de dikke darm, resulterend in vertraagde uitscheiding)
  • Overmatige gasvorming: (dusdanige gasvorming dat stomadrager hier hinder van ervaart)
  • Pancaking: (de ontlasting zakt niet naar beneden in het stomazakje, maar blijft rond het stoma hangen)
  • High output productie bij darmstoma (productie van meer dan 1 liter per 24 uur tot meer dan 2 liter, gedurende minstens 2 dagen), waardoor er tekorten optreden
  • Verminderde opname van zout, vocht en medicatie bij ileostoma
  • Vlokvorming bij urostoma (de urine bevat mogelijk vlokken vanwege darmslijm dat door het stukje darm dat voor het stoma is gebruikt wordt afgegeven).

HULPMIDDELEN BIJ STOMAZORG

Stomamaterialen voor opvang

Eendelig systeem (huidplaat en stomazakje zijn 1 geheel)
Tweedelig systeem (huidplaat en los stomazakje)
Huidplaten (rond, vierkant, ovaal, plat, bol)
Opvangzakken (stoma, urine, open, gesloten, dag-/nachtzakken)

Stomahulpmiddelen

Steunbandage (broeken, hemden, korsetten, buisverband)
Opvulmiddelen (opvulringen, pasta’s)
Beenzakhouders
Stomapluggen
Stomabeschermkappen
Bindmiddelen
Losse filters
Afdekpleisters
Huidreinigingsmiddelen, huidbeschermingsmiddelen
Meetkaartje stoma/stomamal
Spoelsystemen voor stomaspoelen
Wondmateriaal/verbandmiddelen
Continentiemateriaal: absorberend, afvoeren

VOEDING EN VOCHT BIJ STOMA

In principe heeft iemand met een stoma geen dieet nodig, maar krijgt – zoals iedereen – het advies de Richtlijn goede voeding te volgen.

Colostoma

Er is geen dieet nodig. Wel kunnen er aanpassingen nodig zijn: in de eerste periode na de operatie kan het bijvoorbeeld prettiger zijn vaker te eten in kleinere hoeveelheden. En sommige voedingsmiddelen kunnen invloed hebben op de productie van ontlasting en op gas- en geurvorming.
Als er een groot deel van de dikke darm is weggehaald, kunnen dezelfde problemen als bij een ileostoma voorkomen. Het meeste vocht wordt namelijk in het laatste deel van de dikke darm opgenomen. Het is belangrijk dat de ontlasting soepel blijft en dat er geen verstopping ontstaat. Hierbij is het belangrijk dat er voldoende vocht (1,5 tot 2 liter per dag) en voedingsvezels (30 tot 40 gram per dag) binnen gekregen wordt.

Ileostoma

Het is belangrijk om rustig te eten en goed te kauwen. Sommige voedingsmiddelen (zoals grove tarwezemelen, zaden, noten, pitten, paddenstoelen, vezelige draderige groenten, peulvruchten) kunnen namelijk verstopping van je ileostoma veroorzaken.
Daarnaast is het belangrijk om meer vocht en zout te gebruiken ten opzichte van wat normaal is. De dikke darm zorgt er onder andere voor dat vocht en zout door je lichaam opgenomen/geabsorbeerd worden. Bij een ileostoma neemt je lichaam minder vocht en zout op doordat de dikke darm verwijderd is of niet meer in gebruik is. Advies is om bij een ileostoma isotone dranken te drinken.
Naarmate je stoma hoger op de dunne darm wordt aangelegd en er dus minder darm beschikbaar is voor absorptie, worden er meer voeding gerelateerde problemen ervaren. Heb je een ileostoma, dan is een consult met een diëtist geadviseerd.

Urostoma

Bij een urostoma is het essentieel om voldoende vocht binnen te krijgen en er zo voor te zorgen dat je urine een goede zuurgraad (pH) krijgt. De pH moet tussen 5,5 en 6,5 liggen.
Alkalische (niet zure) urine is een goede voedingsbodem voor bacteriën en geeft daardoor een verhoogde kans op urineweginfecties. Niet zure urine beïnvloedt de kleefkracht van je opvangsysteem met als mogelijk gevolg lekkages en huidproblemen. Daarnaast kan het de oorzaak zijn van kristalvorming op of direct naast je stoma en zo je stoma beschadigen.
Een licht zure zuurgraad van de urine kan ervoor zorgen dat er geen kristallen gevormd worden. Daarvoor zou je cranberrysap (veenbes) kunnen drinken. Dit kan een positief effect hebben op klachten van urineweginfectie, geur, huidproblemen of lekkage. Gebruik van cranberrysap wordt afgeraden als je coumarinederivaten zoals sintrommitis en warfarine gebruikt.
Advies is om bij een urostoma minimaal 2 liter vocht per dag in te nemen en om de vochtintake goed over de dag te verdelen. Onder vocht worden alle vloeibare producten meegerekend zoals soep, yoghurt, pap, vla. De kleur van de urine moet lichtgeel of strogeel zijn.

Video over stoma en voeding

Indien de nachtrust wordt verstoord door veel stomaproductie, kun je proberen de avondmaaltijd te verkleinen en/of de warme maaltijd eerder op de dag te nuttigen.

MEDICATIEGEBRUIK BIJ EEN ILEOSTOMA

Niet alle medicatie wordt goed door het lichaam opgenomen als je een ileostoma hebt. Bespreek daarom altijd eventueel medicatiegebruik met je voorschrijver. Medicatie in capsules bijvoorbeeld kunnen onopgelost uitgescheiden worden in het stomazakje.

Wil je gebruik maken van onze dienstverlening?

Wil je meer weten over hoe ook jij volop kunt profiteren van onze expertise, professionaliteit en vooral zorgzaamheid, meld je dan bij ons aan. Wij nemen vervolgens contact met je op om jouw aanvraag samen door te nemen. Een groot deel van de hulpmiddelen die wij leveren, krijg je vergoed vanuit het basispakket van je zorgverzekeraar. Om deze hulpmiddelen te kunnen leveren, hebben wij een machtiging of recept van je (huis)arts of behandelaar nodig.